"Een trein die aan twee kanten getrokken wordt" of "een koekoeksjong dat de oorspronkelijke bewoners uit het nest werkt." Zeebioloog dr. Dolf Boddeke, voormalig onderzoeker bij het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO), heeft meer dan één metafoor paraat om duidelijk te maken hoe hij tegen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aankijkt. "Let wel: ik heb er zelf 36 jaar met plezier gewerkt, ik was trots op mijn ministerie, maar wat je nu ziet, kan gewoon niet. LNV is volledig overwoekerd door natuurbeheer en bijbehorende milieufanaten. Dat zie je terug in het fosfaatbeleid. Voor visserij, waar de V in LNV vroeger voor stond, is geen plaats meer."
De gevolgen van dit beleid spreken volgens hem voor zich. De aanwas van jonge haring is voor het vierde achtereenvolgende jaar gering; de productie van Hollandse mosselen bedroeg in de jaren zeventig en tachtig nog 100 miljoen tot 120 miljoen kilo per jaar, twee jaar geleden slechts 23 miljoen kilo; en in de periode 1981 tot 1983 bracht de Nederlandse vloot van rondviskotters gemiddeld 44.000 ton kabeljauw aan land, in 2005 nog geen 2000 ton.
Dr. Martin Scholten, directeur van het marien onderzoeksinstituut Wageningen Imares, waarin het RIVO is opgegaan, slaat een wat gematigder toon aan; de strekking is gelijk: "Onder druk van de milieulobby voert de overheid een te streng fosfaatbeleid. Ze zijn hierin volledig doorgeslagen. Door dat beleid is het oppervlaktewater onnatuurlijk schoon, zodat het ook veel minder voedsel bevat voor de vis in zee." Met nadruk: "Dit is echter niet de belangrijkste reden van het teruglopen van vissoorten in de Noordzee, zoals Boddeke beweert."
Boddeke en Scholten zijn het over één ding eens: de hoeveelheid fosfaat in de Noordzee is te laag; of beter: de verhouding tussen fosfaat en een andere voedingsstof voor algen, nitraat, is scheef. Zodra hiervoor echter een oplossing bedacht moet worden, lopen de wegen van de beide wetenschappers uiteen.
Wasmachine
Fosfaat is een natuurlijke grondstof, een bouwsteen van eiwitten. "Een eiwit bevat zestien atomen stikstof en één atoom fosfor in fosfaatvorm", legt Boddeke uit. "Die verhouding zie je overal terug. In de planten, de vissen, de landdieren en ook in de mens. Als je dan even doorrekent, heb je voor de productie van een ton levende algen -die aan de basis van de voedselketen in zee staan- slechts 175 gram fosfor in fosfaatvorm en 1263 gram stikstof nodig. Een heel klein beetje dus, maar met deze verhouding staat of valt de hele zoutwaterflora en -fauna."
Het zeemilieu zit volgens de bioloog een beetje vreemd in elkaar. "Het blijkt dat in het bovenlaagje van de zee maar een heel klein beetje fosfaat zit. Het overgrote deel van deze voedingsstof zit veel dieper. Aan de andere kant dringt het licht -ook onontbeerlijk voor de algengroei- niet verder in de zee dan pakweg 50 meter. Daarom produceert de wereldzee relatief weinig vis: 1,7 kilo per hectare per jaar."
Een uitzondering hierop vormen twee gebieden. Eén ervan is het kustgebied, waar rivieren vanaf land voedingsstoffen zoals fosfaat en nitraat naar zee brengen. "Die voedingsstoffen mengen zich met het zoute water en op die plaatsen vind je daardoor veel vis, zeevogels en robben en een bloeiende visserij."
De verwachting was dat door het afdammen van de Zeeuwse stromen en de Zuiderzee de visstand voor de kust zou afnemen; veel rivierwater zou immers niet direct meer in zee terechtkomen, waardoor een groot deel van de voedingsstoffen in het IJsselmeer en de Zeeuwse stromen zou achterblijven.
Maar dat viel mee. Sterker nog: de visstand nam in de jaren zestig sterk toe. De belangrijkste oorzaak van deze toename was volgens Boddeke de komst van de wasmachine. "Omdat er in de wasmiddelen van toen fosfaat was verwerkt, kwam er een gigantische hoeveelheid nutriënten in het water. De Noordzee barstte van vis en de Nederlandse vissersvloot breidde zich in een sneltreinvaart uit."
Het bleek een "zegen in vermomming", aldus Boddeke. Duitse milieufanaten deden fosfaat eind jaren tachtig in de ban en het duurde niet lang of dit "fosfaatdogma" waaide ook naar Nederland over. Fosfaathoudende wasmiddelen maakten plaats voor fosfaatvrije, de bemesting van het land werd aan banden gelegd en een groot deel van het nog overgebleven fosfaat werd met behulp van dure technieken uit het water gehaald; zonder te bedenken dat fosfaat ook nog wel eens nuttig zou kunnen zijn.
Boddeke ziet een direct verband tussen de afname van fosfaat en de slechte visstand in de zuidelijke Noordzee. "In 1992 voorspelden chemicus Paul Hagel en ik de huidige problemen en de voorspelling komt verrassend nauwkeurig uit." De zeebioloog stelt daarom voor om bij het spuien van water uit de Zeeuwse stromen en het IJsselmeer kunstmatig fosfaat toe te voegen. "Doe een experiment waarbij je zo veel mogelijk de natuurlijke verhouding tussen fosfor en stikstof imiteert. Het lage fosfaatgehalte in de Noordzee doet het milieu geen goed maar bevordert juist de groei van stikstofminnende algen. Extra fosfaat verbetert dit onnatuurlijke milieu in het kustwater en kan leiden tot een spectaculaire winst in visproductie."
Naar aanleiding van het pleidooi van Boddeke liet minister Veerman van LNV Boddekes voorstel onderzoeken door twee uitgesproken tegenstanders van zo'n proef, beiden onderzoekers van Wageningen Imares. De conclusie van de minister: "De fosfaatproef is op dit moment niet opportuun."
Krampachtig
Ook Scholten van Imares pleit ervoor de balans tussen fosfaat en nitraat in het zeewater te herstellen. "Europa moet minder krampachtig omgaan met fosfaat", vindt hij. "Je moet je afvragen of het mestbeleid niet is doorgeslagen en of het onttrekken van fosfaat aan het water wel goed is."
Bovendien vormen fosfaatvrije wasmiddelen volgens hem een veel grotere bedreiging voor het milieu dan fosfaathoudende. "De zeep die in een fosfaatvrij wasmiddel wordt gebruikt, is veel agressiever." Toch verwacht de directeur van Wageningen Imares niet dat fosfaathoudende wasmiddelen snel in de schappen zullen terugkeren. "Ze zijn niet verboden, maar het kost de wasmiddelenindustrie te veel om de productie ervan weer op te bouwen."
Net als zijn collega's is Scholten tegen de fosfaatproef die Boddeke voorstelt. "Deze oplossing is te simplistisch. Je wilt dan een kunstmatige oplossing bieden voor een probleem dat door ons technisch ingrijpen is veroorzaakt. Ik ben geen tegenstander van meer fosfaat in zee, maar het moet niet op deze manier. Kijk eerder wat je aan de landkant kunt doen door misschien een verruiming van het mestbeleid."
Boddeke kan volgens hem niet garanderen dat het toevoegen van fosfaat een positief effect heeft op de visstand. "Fosfaat heeft vooral invloed op de lagere soorten in de voedselketen, zoals algen. Maar bij de hogere soorten, zoals de grote, commercieel interessante vissen, is dit effect al lang gedempt door alle relaties van eten en gegeten worden." In tegenstelling tot Boddeke meent Scholten dat andere factoren veel sterker de visstand bepalen. "Denk aan overbevissing en klimaatsverandering."
Voor Boddeke is nu actie ondernemen cruciaal voor het voortbestaan van de visserijsector. "Nog eens een paar jaar onderzoek kan de Nederlandse visserijsector niet overleven. "Probieren geht über Studieren", zeggen de Duitsers. Natuurlijk krijg ik een keer gelijk; de proef die ik voorstel is gewoon te mooi om niet te doen. Maar ik vraag me af of dat inzicht bij de regering tijdig doorbreekt."
Laag fosfaatgehalte beïnvloedt mogelijk gezondheid"
Zeugen die door de heupen zakken, botontkalking bij het vee. Het kan allemaal komen door fosfaatgebrek in het voedsel, vermoedt Jan van de Geest uit Drentse Nieuwlande, woordvoerder van de Werkgroep voor een Gezonde Zee en Oppervlaktewater. "Honderd procent zeker weten doe ik het niet, ik ben geen wetenschapper. Maar daarom pleit ik al jaren voor een onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek dat ingaat op de vraag: Kan fosfaatgebrek problemen opleveren voor de volksgezondheid? Zo'n onderzoek is hard nodig, want als je de literatuur daarover naleest, schrik je."
Van de Geest haalt zijn vermoeden niet alleen uit de boekjes. De aanleiding voor zijn speurtocht waren de problemen onder zijn vee. "Toen ik in 1965 hier kwam, zat er volgens de overheid heel veel fosfaat in de bodem van mijn land. Extra fosfaat strooien zou niet nodig zijn. Maar het duurde niet lang of de problemen dienden zich aan. Toen ik toch fosfaat ging strooien, herstelde de veestapel zich."
In de gezondheidszorg gebeurt hetzelfde, aldus de boer in ruste. "Vele tienduizenden mensen breken hun botten als gevolg van botontkalking. Welke medicijnen schrijft de dokter dan voor? Fosfaattabletten. Deze stof is de lijm in het groeiproces van de botten."
Met fosfaat is dus "niets mis." Met fosfaatvervangers des te meer. "Dat is puur gif dat alle leven in water binnen een paar minuten doodt." Toch is Van de Geest wel voor een bepaalde fosfaatrichtlijn. "Je kunt niet onbeperkt mest uitrijden. Maar voor de productie van gezond voedsel moet de hoeveelheid fosfaat per hectare fors omhoog, zolang het maar in evenwicht blijft met andere voedingsstoffen."
Zijn oproep lijkt aan dovemansoren gericht. "Dit mag je in Den Haag niet zeggen, want dan blijkt dat de overheid dertig jaar lang een totaal verkeerd fosfaat- en milieubeleid heeft gevoerd. Een beleid dat elke wetenschappelijke basis ontbeert."
Meer informatie: www.neoweb.nl/water.
Dalende visstand heeft niets met overbevissing te maken"
Meer dan twintig jaar lang is de visserijsector in gesprek met biologen. Zonder resultaat. "Zeebiologen focussen op overbevissing, maar de teruglopende visstand heeft daar helemaal niets mee te maken", stelt Willem de Boer van de Federatie van Visserijverenigingen, de overkoepelende organisatie van de vissector. "Nog geen 25 jaar terug hadden we hier een flinke kabeljauwvloot. Daar zijn nog maar een paar schepen van over. De Deense en de Schotse kabeljauwvloten zijn ook sterk gereduceerd. Toch keert deze vissoort niet terug in de zuidelijke Noordzee."
Een soortgelijke situatie deed zich bij de Canadese provincie Newfoundland voor. "Daar is de vangst op kabeljauw zo'n twaalf jaar terug helemaal verboden en de controle is streng. Maar de kabeljauw blijft weg. De Canadezen zien nu ook in dat de teruglopende kabeljauwstand niets met overbevissing te maken heeft."
Daarbij komt dat de vissers op de Noordzee altijd ver onder de toegestane vangsten blijven, aldus de Urker. Voor hem is het daarom overduidelijk dat de dalende visstand alles te maken heeft met voedselgebrek in zee. "Er worden genoeg haringlarven geboren, maar ze kunnen niet overleven. Hetzelfde geldt voor tong en schol. Normaal zou je veel kleine scholletjes en tongetjes bij de kust moeten vinden op zoek naar voedsel. Maar ze vinden niets en blijven weg. Deze terugtrekkende beweging vinden ook biologen heel onnatuurlijk."
Het omstreden voorstel van zeebioloog Dolf Boddeke om gedoseerd fosfaat aan het zeewater toe te voegen, is volgens De Boer een goede oplossing. "Direct nadat een milieuconferentie in Duitsland begin jaren negentig besloot de fosfaatlozing via het oppervlaktewater in de zee met de helft de reduceren, voorspelde hij dat dit een ramp zou betekenen voor de visserij. Inmiddels is de lozing van fosfaat met 80 tot 90 procent gedaald en komt deze voorspelling precies uit. Ik heb meer vertrouwen in Boddeke, die zijn halve leven op zee heeft doorgebracht, dan in de nieuwe lichting biologen, die hooguit een paar zeetripjes maakt en de rest van haar wijsheid uit modellen haalt."
Alle rechten voorbehouden | Development & Design by Webtunnel.nl