|
Natura 2000 zou prachtige kansen bieden kunnen voor visserij én praktische natuurbescherming op Wad en Noordzee. Helaas breekt de overheid met haar huidige werkwijze juist af wat de Europese Commisie voor ogen stond: duurzaam natuurgebruik, dat je aan volgende generaties doorgeeft.
De overheid heeft nu het voornemen om een kwart van alle visgronden op Wad en Noordzee te sluiten. Die afsluiting zou nodig zijn vanwege Natura 2000, het Europese natuurnetwerk. Dé Nederlandse rechtvaardiging achter gebiedssluiting, is bescherming van de hier in sterk wisselende aantallen overwinterende zwarte zee-eend. Vanzelfsprekend roept dat voornemen de nodige emoties op bij vissers, die hun bestaansgrond verliezen. Die woede heeft echter minder met geld te maken, dan sommige cynici roepen. Kijk naar het bescheiden inkomen dat de meeste vissers hebben. De emotie komt vooral voort, uit het gevoel dat de ecologische waarheid geweld wordt aangedaan. Het zelfbeeld van vissers, staat namelijk lijnrecht tegenover het negatieve beeld dat de overheid met lobbyclubs neerzet om gebiedssluiting te forceren. Vissers zien zichzelf namelijk als gepassioneerde natuurmensen, in de oude zin van het woord.Zij kennen het leven in en op zee ‘als hun broekzak’ door dagelijkse waarneming. Op die waarneming baseren zij hun beeld van ecologisch welzijn. Zij weten nog hoe klein de mens zich kan voelen, in een dynamisch milieu als de Noordzee, waar storm en stroming het zeeleven boetseren. Zij hebben naast passie voor de zee, kortom een schat aan praktijkkennis.
Vissers kunnen de eigen kennis echter niet academisch verwoorden. En dus liggen zij in de hoek waar nu de klappen vallen. De Nederlandse overheid kiest er namelijk voor, om louter academische bureaukennis te benutten bij het vaststellen van de ecologische toestand van Wad en Noordzee. Terwijl de bureaudeskundigen van adviserende instituten als IMARES en Alterra juist vaak de veldervaring ontberen. Moderne academische onderzoekers komen dankzij tijd- en geldgebrek namelijk zelden nog op die plaatsen, waar vissers dagelijks zijn: de zee. De toestand van de Noordzee, zowel praktisch als theoretisch is daarom een ecologisch terra incognita. Ecologisch adviseur ICES constateerde dit gebrek aan deugdelijke natuurgegevens al, in haar ecologisch eindadvies in 2008 aan de Duitse overheid voor Natura 2000-gebieden. Door dit kennisgebrek, is het vaak onmogelijk te bepalen wat voor effect bestaand gebruik als visserij heeft op de ‘gunstige staat van instandhouding’, die Natura 2000 vraagt. Laat staan wat ‘natuurherstel’dan moet betekenen. Is er gezien het snelle herstel van de zeehond, florerende garnalen- en visbestanden bijvoorbeeld echt enkel sprake van kommer en kwel? En waarom kunnen offshore-windparken, Waddengaswinning en grootschalige zandsuppleties wel? De overheid blijft bij deze zinvolle vragen het antwoord schuldig. Zij kan ook niet antwoorden. Het had anders gekund. Je zou op duurzame wijze een schat van natuurgegevens kunnen verzamelen, door het beste van twee werelden te combineren: de schat aan waarnemingen en praktijkervaring van vissers combineren met de theoretische kennis van academici. Zo zou wetenschappelijk advies ook echt aansluiten op de natuurpraktijk. Door haar huidige bureaucratische benadering van Natura 2000, verspeelt de overheid echter deze unieke kans. En daarbij goodwill voor natuurbescherming bij het gewone publiek in Nederland.
Politiek gezien is de keuze voor rigoureuze gebiedssluiting ook niet verdedigbaar, met de verwijzing ‘dat moet van Europa’. De filosofie van de Europese Commissie achter Natura 2000 is duurzaam gebruik. In de woorden van voormalig milieucommissaris Stavros Dimas van de Europese Commissie in 2008: ‘Laat mij de mythe wegnemen, dat wanneer een site is aangewezen als Natura 2000, dit gebied op slot gaat. Natura 2000 is een netwerk van levende landschappen waarin agrarische activiteiten, jacht en visserij kunnen doorgaan.’ Het populistische beeld, dat vissers de zee graag leegvissen is ronduit kwetsend. Voor beoefenaars is dit natuurberoep een vak, verbonden met een ecosysteem dat zij graag in gezondheid doorgeven aan hun kinderen. Vissers uit Wieringen, Urk, Harlingen en vele oude vissersgemeenschappen, voorzien al eeuwenlang dagelijks met liefde de Nederlandse bevolking van natuurvoedsel uit eigen wateren. Een vorm van nuchtere duurzaamheid kortom, die minstens zo belangrijk is als de groene voornemens van vele taskforces en overlegorganen die ons landje rijk is. Rampzalige verhalen over ‘de lege zee’zijn gebaseerd op landen, waar de term ‘milieubeleid’nog moet worden uitgevonden. Onze vis is vele malen duurzamer, dan goedkope importvis uit landen waar ieder toezicht ontbreekt. Juist in landen met steeds beter management herstellen visbestanden snel. Onze haring, makreel, garnaal, schol en tong zijn daarom zonder schuldgevoel eetbaar. De keuze tégen eigen visserij, is dan ook een keuze vóór consumptie van vis waar álle controle op ecologie ontbreekt. Voor mensen die hun eigen verantwoorde natuurproduct op de markt willen blijven brengen, is dit cynisme onverteerbaar. En bij het zoeken naar woorden, uiten zij emotie. Wanneer de overheid handelde uit liefde voor natuur, op basis van transparante en deugdelijke wetenschap, zou zij zich niet verder vervreemden van vissers en vele andere natuurgebruikers. Zij zou juist aansluiting zoeken bij de schat aan praktijkkennis om effectief te zijn voor mens en natuur. Die geïntegreerde aanpak is al jaren succesvol in Noorwegen, Canada, de Verenigde Staten en vele beschaafde landen. Het is toch denkbaar dat dit kwartje ook ooit in het Haagse zal vallen.
|