|
Hoopgevende ontwikkelingen URK - Wil de Nederlandse platvissector overleven dan zal de productie in de zuidoostelijke Noordzee hersteld moeten worden. Dat hoeft geen theorie te blijven, maar kan met fosfaataddities werkelijkheid worden. Het verhaal van dr. Dolf Boddeke is helder en hoopgevend. En passant bracht hij zaterdagmorgen in de Urker afslagkantine hulde aan de pulskor. Als het gezonde verstand gaat zegevieren is de strijdbare Boddeke hoopvol gestemd voor de toekomst. Maar zover is het vandaag nog niet. De tong – de belangrijkste drager van de Nederlandse platvisvloot – is terug bij af (niveau beginjaren ´60): zeer kleine jaarklassen, trage groei, en ongetwijfeld ook een veel lagere eiproductie per kilo dan in de jaren tachtig. Boddeke is bang dat de Nederlandse tongvangst dit jaar onder de 7.000 ton blijft (met een quotum van 11.226 ton). Een preciesere schatting: 6.700 ton. In november 2005 prognotiseerde Boddeke de tongvangst voor 2006 op 7.500 ton. Met 8.083 ton en een uitputting van slechts 59 procent van het nationale quotum zat Boddeke er met zijn prognose vooraf akelig dichtbij. ,,Wil de Nederlandse platvissector kunnen overleven, dan zullen wij de visproductie van de zuidoostelijke Noordzee moeten herstellen door middel van fosfaataddities. Daarover is op 6 maart aanstaande weer een bespreking gepland op het Ministerie van LNV. Ik hoop dat op die vergadering de constructieve krachten zullen overheersen en er een positief resultaat kan worden bereikt.´´ In een gunstig effect van ´ploegen´ van de bodem door de boomkor, gelooft Boddeke overigens niet. Dat is wel een hypothese van veel vissers. Boddeke vindt trouwens sowieso dat er van ploegen geen sprake is. Het is meer eggen van het bovenste laagje van de bodem. De zuidelijke Bocht staat aan enorme beroering bloot door wind, getij en stroming, en wat de boomkor doet valt daarbij vergeleken in het niet. ,,Zand en slib zijn kwartsdeeltjes, en daaraan hechten zich geen voedingsstoffen als nitraat en fosfaat. Het idee onder vissers dat ´ploegen´ van de bodem gunstig is voor de visstand, komt – denk ik – van het IJsselmeer en de voormalige visserij met de kuil daar. In modder in zoet water liggen wèl voedingsstoffen opgehoopt, en opwervelen van modder bevordert wel degelijk de natuurlijke productie.´´ De boomkor met wekkerkettingen wervelt een paar centimeter van het sediment op en vangt dus allerlei dieren mee die op of net in de bodem leven. Boddeke: ,,Dat is een onvermijdelijke consequentie. Door snelle, mechanische vangstverwerking en overvloedig nathouden van de vangst bij het sorteren kunnen de overlevingskansen van allerlei bijvangstsoorten worden vergroot. Maar zonder bijvangst kun je niet boomkorren.´´ De invloed van de boomkorvloot op bodem en bodemfauna wordt sterk overdreven, ervaart Boddeke. Want uit onderzoek naar de directe invloed, spreiding en intensiteit van de boomkorvisserij in de Noordzee rijst bij hem het beeld op van een immens natuurgebied waarin een beetje wordt gejaagd, met hier en daar een akkertje waar wordt geoogst. ,,Het probleem is echter dat acties gericht tegen de boomkor niet gebaseerd zijn op wetenschappelijke feiten en onderzoek. Het gaat om emoties, en die zijn sterk van invloed op de publieke opinie en daardoor op de vishandel. In Engeland hebben milieuorganisaties supermarktketens op de knieën gekregen.´´ ,,Werken aan de ontwikkeling van de pulskor als alternatief boomkortuig, dat niet graaft, minder bijvangst van bodemdieren heeft, een betere kwaliteit maatse vis oplevert en ondermaatse vis betere overlevingskansen biedt, is dus zeer belangrijk. De tegenvallende resultaten van de afgelopen maanden lijken niet het gevolg te zijn geweest van structurele problemen, maar het gevolg van de nog geringe ervaring met dit vistuig. De UK 153 heeft zijn visstrategie in de herfst niet op tijd aangepast aan de veranderende visomstandigheden in zee, in het bijzonder aan de trek van de tong. Nu dat gegeven door een analyse van de vangstresultaten van september tot december boven water is gekomen, nemen de vangsten met de pulskor ook weer toe en gaat het project door. Schipper Pieter Louwe van Slooten, Henri Kool van de Directie Visserij en Piet Jan Verburg die dit mogelijk hebben gemaakt, verdienen hulde voor hun moed en daadkracht.´´ Ook gelet op het veel geringere brandstofverbruik van ongeveer 40-50 procent is het volgens Boddeke heel goed dat het pulskorproject doorgaat. De opkomst van de boomkorvisserij werd niet gehinderd door de prijs van de brandstof, maar vandaag de dag liggen de verhoudingen anders. ,,Halvering van het gasolieverbruik, verantwoord vissen met vemindering van sterfte van bodemdieren en ondermaatse vis, en verbetering van de visstand door fosfaat zie ik als speerpunten voor het visserijbeleid van de komende jaren. Er beginnen ontwikkelingen op gang te komen die hoopgevend zijn.´´ |