Niet visserij, maar praktijkvreemd milieubeleid benadeelt fauna Noordzee
Niet visserij, maar praktijkvreemd milieubeleid benadeelt fauna Noordzee
Visserijdruk op de Noordzee is al zo ver afgenomen in 20 jaar, dat deze grotendeels duurzaam is. Dat blijkt uit publicaties van vooraanstaande visserijbiologen gepubliceerd in Science, en de visserijpraktijk op de Noordzee, waarvan de Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid (SWNM) data verzamelde. De SWNM pleit daarom voor een meer praktijkgericht milieubeleid.
Beweringen achterhaald door moderne praktijk
Greenpeace lanceert de maand juni een wilde campagne tegen visserij op de Noordzee. Voor de SWNM is deze campagne aanleiding, om negativistische opinies van feitelijk tegenwicht te voorzien. ‘Dergelijke groeperingen hebben nog steeds moeite om wetenschappelijke gegevens te duiden, zo blijkt opnieuw’, stelt SWNM-adviseur dr. Paul Hagel, voormalig directeur van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO, opgegaan in IMARES).
In de beknopte ‘handreiking visserijfeiten’ die SWNM samenstelde, staan de actuele gegevens uit serieuze wetenschap over de werkelijke impact van visserij op zeebodem en visbestanden. ‘Verhalen over ‘de lege zee’ in moderne Westerse landen als Nederland, Denemarken maar ook de Verenigde Staten, zijn gedateerd’, stelt Hagel. ‘De visserijdruk in de Noordzee is de afgelopen decennia juist sterk afgenomen, mede door quotering van vangsten en vlootsanering. Sinds de visserijpiek eind jaren ’80 is de Nederlandse vloot al met éénderde gekrompen, en vele visbestanden floreren als nooit tevoren.’
Visserij verzorgt wereldwijd 18 procent van het dierlijke eiwit in het menselijke dieet. Om die voedselvoorziening op peil te houden bij groeiende wereldbevolking, hebben juist vissers belang bij een gezond ecosysteem, met voldoende productie van jonge vis.
Daarom richt de SWNM haar pijlen juist op aanpak van chemische vervuiling. Zo liet zij afgelopen najaar door het Instituut voor Milieuvraagstukken in Amsterdam literatuuronderzoek doen naar hormoonverstorende stoffen als in ‘De Pil’, die de reproductie van vissen kunnen belemmeren.
SWNM: ‘Verkeerde accenten milieubeleid door gebrek (praktijk)kennis’
De SWMN is opgericht door visserijbiologen als voormalig RIVO-onderzoeksdirecteur dr. Dolf Boddeke en dr Paul Hagel, in samenwerking met vissers en boeren als Jan van der Geest. Zij pleiten voor praktijkgericht onderzoek, dat de werkelijke bedreigingen voor visbestanden van de Noordzee beter aankaart. Het accent van milieubeleid als de Kaderrichtlijn Water ligt volgens SWNM teveel op de aanpak van onschadelijke stoffen.
Minder nutriëntentoevoer - zoals deze richtlijn wil- zorgt juist voor minder visvoedsel en dus minder (jonge)vis in de Zuidelijke Noordzee. Dat stelden Boddeke en Hagel al vast met omvangrijk onderzoek voor het RIVO in 1993, gepresenteerd op het World Fisheries Congres in Athene. Ook voormalig staatssecretaris Tineke Huizinga erkende in 2007, dat de Kaderrichtlijn Water ook in de toekomst zorgt voor minder grote visbestanden in de Zuidelijke Noordzee. Onderzoek naar mogelijk echt schadelijke stoffen als in De Pil en fosfaatvervangers wordt ondertussen verwaarloosd, terwijl opinies over visserij de toon blijven zetten.
Urker boomkorvisser Jurie Post: ‘Als je sommige mensen moet geloven die zelden op zee komen, vissen wij ieder jaar opnieuw de zee weer leeg’, grapt hij. ‘Moderne vissers werken juist volgens de filosofie van duurzaam gebruik van de natuur, zij leveren mensen waardevol en gezond voedsel, gewoon uit onze eigen Noordzee. De natuur gaat dagelijks door onze handen. Daarom zijn wij ook bezorgd over andere zaken, die het ecosysteem echt kunnen bedreigen. Niet uit zweverigheid. Maar gewoon, omdat ons bestaan afhangt van de gezondheid van de zee. Ik wil mijn bedrijf graag kunnen overdragen aan mijn zoon, zodat hij dit natuurberoep ook mag beoefenen.’
Natuur mist unieke kans door visserij overboord te gooien
Natura 2000 zou prachtige kansen bieden kunnen voor visserij én praktische natuurbescherming op Wad en Noordzee. Helaas breekt de overheid met haar huidige werkwijze juist af wat de Europese Commisie voor ogen stond: duurzaam natuurgebruik, dat je aan volgende generaties doorgeeft.
De overheid heeft nu het voornemen om een kwart van alle visgronden op Wad en Noordzee te sluiten. Die afsluiting zou nodig zijn vanwege Natura 2000, het Europese natuurnetwerk. Dé Nederlandse rechtvaardiging achter gebiedssluiting, is bescherming van de hier in sterk wisselende aantallen overwinterende zwarte zee-eend.
Vanzelfsprekend roept dat voornemen de nodige emoties op bij vissers, die hun bestaansgrond verliezen. Die woede heeft echter minder met geld te maken, dan sommige cynici roepen. Kijk naar het bescheiden inkomen dat de meeste vissers hebben. De emotie komt vooral voort, uit het gevoel dat de ecologische waarheid geweld wordt aangedaan.
Het zelfbeeld van vissers, staat namelijk lijnrecht tegenover het negatieve beeld dat de overheid met lobbyclubs neerzet om gebiedssluiting te forceren. Vissers zien zichzelf namelijk als gepassioneerde natuurmensen, in de oude zin van het woord.Zij kennen het leven in en op zee ‘als hun broekzak’ door dagelijkse waarneming.
Op die waarneming baseren zij hun beeld van ecologisch welzijn. Zij weten nog hoe klein de mens zich kan voelen, in een dynamisch milieu als de Noordzee, waar storm en stroming het zeeleven boetseren. Zij hebben naast passie voor de zee, kortom een schat aan praktijkkennis.
Vissers kunnen de eigen kennis echter niet academisch verwoorden. En dus liggen zij in de hoek waar nu de klappen vallen. De Nederlandse overheid kiest er namelijk voor, om louter academische bureaukennis te benutten bij het vaststellen van de ecologische toestand van Wad en Noordzee. Terwijl de bureaudeskundigen van adviserende instituten als IMARES en Alterra juist vaak de veldervaring ontberen.
Moderne academische onderzoekers komen dankzij tijd- en geldgebrek namelijk zelden nog op die plaatsen, waar vissers dagelijks zijn: de zee. De toestand van de Noordzee, zowel praktisch als theoretisch is daarom een ecologisch terra incognita. Ecologisch adviseur ICES constateerde dit gebrek aan deugdelijke natuurgegevens al, in haar ecologisch eindadvies in 2008 aan de Duitse overheid voor Natura 2000-gebieden.
Door dit kennisgebrek, is het vaak onmogelijk te bepalen wat voor effect bestaand gebruik als visserij heeft op de ‘gunstige staat van instandhouding’, die Natura 2000 vraagt. Laat staan wat ‘natuurherstel’dan moet betekenen. Is er gezien het snelle herstel van de zeehond, florerende garnalen- en visbestanden bijvoorbeeld echt enkel sprake van kommer en kwel? En waarom kunnen offshore-windparken, Waddengaswinning en grootschalige zandsuppleties wel? De overheid blijft bij deze zinvolle vragen het antwoord schuldig. Zij kan ook niet antwoorden.
Het had anders gekund. Je zou op duurzame wijze een schat van natuurgegevens kunnen verzamelen, door het beste van twee werelden te combineren: de schat aan waarnemingen en praktijkervaring van vissers combineren met de theoretische kennis van academici. Zo zou wetenschappelijk advies ook echt aansluiten op de natuurpraktijk. Door haar huidige bureaucratische benadering van Natura 2000, verspeelt de overheid echter deze unieke kans. En daarbij goodwill voor natuurbescherming bij het gewone publiek in Nederland.
Politiek gezien is de keuze voor rigoureuze gebiedssluiting ook niet verdedigbaar, met de verwijzing ‘dat moet van Europa’. De filosofie van de Europese Commissie achter Natura 2000 is duurzaam gebruik. In de woorden van voormalig milieucommissaris Stavros Dimas van de Europese Commissie in 2008: ‘Laat mij de mythe wegnemen, dat wanneer een site is aangewezen als Natura 2000, dit gebied op slot gaat. Natura 2000 is een netwerk van levende landschappen waarin agrarische activiteiten, jacht en visserij kunnen doorgaan.’
Het populistische beeld, dat vissers de zee graag leegvissen is ronduit kwetsend. Voor beoefenaars is dit natuurberoep een vak, verbonden met een ecosysteem dat zij graag in gezondheid doorgeven aan hun kinderen. Vissers uit Wieringen, Urk, Harlingen en vele oude vissersgemeenschappen, voorzien al eeuwenlang dagelijks met liefde de Nederlandse bevolking van natuurvoedsel uit eigen wateren. Een vorm van nuchtere duurzaamheid kortom, die minstens zo belangrijk is als de groene voornemens van vele taskforces en overlegorganen die ons landje rijk is.
Rampzalige verhalen over ‘de lege zee’zijn gebaseerd op landen, waar de term ‘milieubeleid’nog moet worden uitgevonden. Onze vis is vele malen duurzamer, dan goedkope importvis uit landen waar ieder toezicht ontbreekt. Juist in landen met steeds beter management herstellen visbestanden snel. Onze haring, makreel, garnaal, schol en tong zijn daarom zonder schuldgevoel eetbaar. De keuze tégen eigen visserij, is dan ook een keuze vóór consumptie van vis waar álle controle op ecologie ontbreekt.
Voor mensen die hun eigen verantwoorde natuurproduct op de markt willen blijven brengen, is dit cynisme onverteerbaar. En bij het zoeken naar woorden, uiten zij emotie. Wanneer de overheid handelde uit liefde voor natuur, op basis van transparante en deugdelijke wetenschap, zou zij zich niet verder vervreemden van vissers en vele andere natuurgebruikers. Zij zou juist aansluiting zoeken bij de schat aan praktijkkennis om effectief te zijn voor mens en natuur. Die geïntegreerde aanpak is al jaren succesvol in Noorwegen, Canada, de Verenigde Staten en vele beschaafde landen. Het is toch denkbaar dat dit kwartje ook ooit in het Haagse zal vallen.
Wetenschap Scheten mosselen
Wetenschappelijk artikel SWNM :
Lachgas (N2O) wordt in het watermilieu in kleine hoeveelheden gevormd als bijproduct tijdens de omzetting van nitraat (NO3-) in moleculaire stikstof (N2).
Dat heet denitrificatie, een algemeen bekend onderdeel van de natuurlijke stikstofcyclus.
Als zodanig ontstaat lachgas overal, maar uiteraard vooral in hoog met nitraat belaste wateren, zoals de Nederlands- Duits en Deense kustwateren.
Dat mosselen hierbij een wezenlijke rol spelen is grote onzin:
denitrificatie treedt overal op, waar in onderdelen van het milieu, zoals de darmen van allerlei organismen, maar vooral in het bodemsediment het zuurstofgehalte beneden een bepaalde grens gedaald is (lager dan 0,3 gram/m3).
In het sediment gebeurt dat in de bovenste laag zand, boven de zich op een tien centimeter diepte bevindende laag, waar na het opraken van de nitraat, bacteriën hun benodigde zuurstof aan sulfaat (SO42-) gaan onttrekken.
Daar vormt zich dan het naar rotte eieren stinkende zwavelwaterstof (H2S), dat met het zich met het in de bodem aanwezige ijzer verbindt tot het zwartgekleurde ijzersulfide (FeS), in diepere bodemlagen overgaand in het gele pyriet (FeS2).
Spit maar eens een keer in de bodem van de Waddenzee, dan kan je al deze lagen gemakkelijk vinden!
In de darmen van mosselen bevindt zich ongetwijfeld ook zuurstofarm sediment, maar op het grotere geheel stelt de daar plaatsvindende denitrificatie in het grotere geheel natuurlijk helemaal niets voor.
Dat snappen die Duitse en Deense onderzoekers natuurlijk ook heus wel, maar tegenwoordig is koppeling aan een broeikaseffect (en lachgas behoort gelukkig tot de broeikasgassen) een noodzakelijke voorwaarde voor het binnenhalen van meer onderzoekgelden.
Gewoon dus weer een gevalletje van wetenschappelijke prostitutie!
Ik houd het zelf in deze maar weer bij een gulle lach(gas)!
dr. Paul is wetenschappelijk adviseur van SWNM
20 jaar adjunct/plaatsvervangend-directeur RIVO (1978-1998) en 4 jaar directeur (1998-2002)
Rijks Instituut Voor Visserij Onderzoek RIVO
zijn hoofdvak chemie
Nader onderzoek nodig naar fosfaattekort zeeen
Nieuwlande/Den Haag 23 april 2009
P e r s b e r i c h t
Nader onderzoek nodig naar fosfaattekort zeeën
SWNM waarschuwt voor gevolgen
visstand en volksgezondheid
NIEUWLANDE/DEN HAAG – De Nederlandse regering moet dringend fondsen beschikbaar stellen voor onafhankelijk onderzoek naar het groeiende fosfaattekort, de invloed van fosfaatvervangers en oestrogene stoffen in de Noord- en Waddenzee.
Dat eist de Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid (SWNM) in een brief aan de Tweede Kamer. De stichting vangt steeds meer signalen van wetenschappers en vissers op die waarnemen dat vissen te weinig voedsel vinden in de Nederlandse zeeën en dat de kraamkamerfunctie van de Waddenzee ernstig verstoord raakt.
De voedselschaarste zou veroorzaakt kunnen zijn door de fosfaatverwijdering in rioolwaterzuiveringsinstallaties en het vervangen van fosfaten in wasmiddelen. Dit probleem kan volgens SWNM op termijn ernstige gevolgen voor de mens hebben. Nu al merken veehouders effecten op grazend vee, dat te weinig fosfaat binnen krijgt.
De fosfaatvervangers in wasmiddelen blijken agressieve chemische stoffen, die giftig zijn voor vissen en ecosysteem, zo stelt SWNM na eigen proeven. Daarnaast zorgen oestrogene stoffen die als residuen van de pil in het zeewater terecht komen ervoor dat mannelijke vissen vrouwelijke eigenschappen krijgen en zich niet meer kunnen voortplanten.
Hoewel de stichting in zijn stelling gesteund wordt door gerenommeerde zeebiologen als dr. Dolf Boddeke en directeur dr. Martin Scholten van onderzoeksinstituut Wageningen Imares, vindt ze maar moeilijk gehoor bij de politiek.
SWNM hoopte haar noodkreet op 9 april jongstleden te kunnen toelichten tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer, maar kreeg daar nauwelijks de kans om het probleem toe te lichten. ,,Het werd een ronde tafel gesprek van vier wetenschappers tegenover de stichting. De Kamerleden ging op geen enkele vraag in die wij gesteld hadden”, zegt voorzitter drs Meindert Hoefnagel van de stichting.
Daarom heeft de stichting de vragen per brief naar de kamercommissie voor Landbouw Natuurbeheer en Visserij gestuurd. SWNM wil weten wat de invloed is van agressieve chemische stoffen in wasmiddelen op de visstand. Ook de invloed van oestrogene stoffen uit de pil op de vruchtbaarheid van vissen en het kleine zeeleven zou moeten worden onderzocht. Verder wil de stichting weten hoe ernstig de invloed van muskusolie op de visstand is, in het bijzonder op de palingstand. De stichting wil tenslotte onderzocht hebben welke gevolgen het fosfaatbeleid van de afgelopen jaren heeft voor de volksgezondheid.
Hoefnagel : ,,Onze vragen en zorgen staan nog recht overeind, zijn zelfs nog sterker geworden. Wij vragen om onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek in het belang van ook de vissen en de visserij.”
wetenschap te ver door geschoten
Nieuwlande, 4 maart 2009
P e r s b e r i c h t
Wetenschappers te ver doorgeschoten over mosselen
NIEUWLANDE – De productie van het schadelijke lachgas door mosselen speelt geen enkele rol in het broeikaseffect of de aantasting van de ozonlaag. De hoeveelheid lachgas die mosselen met hun scheten produceren is verwaarloosbaar met de emissie van door mensen geproduceerde gassen en de uitstoot van broeikasgassen tijdens natuurlijke processen in zeedieren en zeebodems.
Dit stelt de Stichting Wetenschappelijk Natuur- en Milieubeleid (SWNM) als reactie op het nieuws dat het gerenommeerde Max Planck-instituut in Dresden deze week naar buiten bracht. Volgens onderzoek van Duitse en Deense wetenschappers van het instituut zijn zeedieren als mosselen en zeeslakken schadelijk voor het milieu omdat ze lachgas uitstoten dat de ozonlaag afbreekt. Hoe meer het water vervuild is met nitraat, hoe meer gas de dieren uitstorten, ontdekten de onderzoekers.
Volgens SWNM wordt het lachgas slechts in kleine hoeveelheden gevormd, als bijproduct bij de omzetting van nitraat in stikstof. ,,Dit is een algemeen bekend onderdeel van de natuurlijke stikstofcyclus. Lachgas ontstaat overal, maar vooral in wateren met veel nitraat zoals de Nederlands- Duits en Deense kustwateren. Dat mosselen hierbij een wezenlijke rol spelen is grote onzin,” stelt adviseur van de stichting en oud-directeur van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) dr. Paul Hagel.
Deze zogeheten denitrificatie vindt vooral plaats in organismen of bodemlagen, waar het zuurstofgehalte laag is. Als het nitraat op is halen bacteriën hun zuurstof uit sulfaten en ontstaat het naar rotte eieren stinkende zwavelwaterstof. Het proces vindt ook plaats in de darmen van mosselen. ,,Maar in het grotere geheel stelt dat natuurlijk helemaal niets voor. Dat snappen die Duitse en Deense onderzoekers natuurlijk ook wel, maar tegenwoordig is de koppeling aan een broeikaseffect een noodzakelijke voorwaarde voor het binnenhalen van meer onderzoeksgelden.”
Volgens Hagel zijn de wetenschappers te ver doorgeschoten. Dat vindt ook voorzitter drs Meindert Hoefnagel van de SWNM. ,,Als je een natuurlijk proces en zeedieren als mosselen neerzet als milieubelastend, begeef je jezelf als wetenschapper op een hellend vlak. Het klinkt nu net alsof alle zeedieren verboden moeten worden. In plaats daarvan hadden ze netjes kunnen aangeven dat een bepaalde invloed op de ozonlaag of het broeikaseffect normaal is door elk levend organisme, of het nou zeedieren, planten of mensen zijn. Zorg voor een goed milieu moet niet doorslaan in alarmerende berichten van wetenschappers die overdrijven en zaken uit hun verband rukken,” aldus Hoefnagel