Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid
  • Home
  • Kenniscentrum
  • Over WNM
  • Boomkor
  • De Laatste Vis Gered
  • Natura en Vibeg
  • Vis aan de Pil
  • Zee Reservaten
  • Overbevissing door de Staats Secretaris V W
  • Viswijzer wees toch wijzer
  • Is klokkenluiden u iets te link . meld het ons !
  • Het Zieke Water
  • Agenda
  • Steun ons
  • Links
  • Overbevissing
  • Fosfaat Rapport
  • actiepunten SWNM
  • Duurzame wasmiddellen
  • Wetenschappelijke Rapporten SWNM
  • Viswijzer
  • Wateradvies
  • Contact
  • Nieuwsbrief
  • Disclaimer
  • Sitemap
Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid
Niet visserij, maar praktijkvreemd milieubeleid benadeelt fauna Noordzee PDF Afdrukken E-mail

Niet visserij, maar praktijkvreemd milieubeleid benadeelt fauna Noordzee

 

Visserijdruk op de Noordzee is al zo ver afgenomen in 20 jaar, dat deze grotendeels duurzaam is. Dat blijkt uit publicaties van vooraanstaande visserijbiologen gepubliceerd in Science, en de visserijpraktijk op de Noordzee, waarvan de Stichting Wetenschappelijk Natuur en Milieubeleid (SWNM) data verzamelde.  De SWNM pleit daarom voor een meer praktijkgericht milieubeleid.

 

Beweringen achterhaald door moderne praktijk

Greenpeace lanceert de maand juni een wilde campagne tegen visserij op de Noordzee. Voor de SWNM is deze campagne aanleiding, om negativistische opinies van feitelijk tegenwicht te voorzien. ‘Dergelijke groeperingen hebben nog steeds moeite om wetenschappelijke gegevens te duiden, zo blijkt opnieuw’, stelt SWNM-adviseur dr. Paul Hagel, voormalig directeur van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO, opgegaan in IMARES).

 

In de beknopte ‘handreiking visserijfeiten’ die SWNM samenstelde, staan de actuele gegevens uit serieuze wetenschap over de werkelijke impact van visserij op zeebodem en visbestanden. ‘Verhalen over ‘de lege zee’ in moderne Westerse landen als Nederland, Denemarken maar ook de Verenigde Staten, zijn gedateerd’, stelt Hagel. ‘De visserijdruk in de Noordzee is de afgelopen decennia juist sterk afgenomen, mede door quotering van vangsten en vlootsanering. Sinds de visserijpiek eind jaren ’80 is de Nederlandse vloot al met éénderde gekrompen, en vele visbestanden floreren als nooit tevoren.’

 

Visserij verzorgt wereldwijd 18 procent van het dierlijke eiwit in het menselijke dieet. Om die voedselvoorziening op peil te houden bij groeiende wereldbevolking, hebben juist vissers belang bij een gezond ecosysteem, met voldoende productie van jonge vis.

Daarom richt de SWNM haar pijlen juist op aanpak van chemische vervuiling. Zo liet zij afgelopen najaar door het Instituut voor Milieuvraagstukken in Amsterdam literatuuronderzoek doen naar hormoonverstorende stoffen als in ‘De Pil’, die de reproductie van vissen kunnen belemmeren.

 

SWNM: ‘Verkeerde accenten milieubeleid door gebrek (praktijk)kennis’

De SWMN is opgericht door visserijbiologen als voormalig RIVO-onderzoeksdirecteur dr. Dolf Boddeke en dr Paul Hagel, in samenwerking met vissers en boeren als Jan van der Geest. Zij pleiten voor praktijkgericht onderzoek, dat de werkelijke bedreigingen voor visbestanden van de Noordzee beter aankaart. Het accent van milieubeleid als de Kaderrichtlijn Water ligt volgens SWNM teveel op de aanpak van onschadelijke stoffen.

Minder nutriëntentoevoer - zoals deze richtlijn wil-  zorgt juist voor minder visvoedsel en dus minder (jonge)vis in de Zuidelijke Noordzee. Dat stelden Boddeke en Hagel al vast met omvangrijk onderzoek voor het RIVO in 1993, gepresenteerd op het World Fisheries Congres in Athene. Ook voormalig staatssecretaris Tineke Huizinga erkende in 2007, dat de Kaderrichtlijn Water ook in de toekomst zorgt voor minder grote visbestanden in de Zuidelijke Noordzee.  Onderzoek naar mogelijk echt schadelijke stoffen als in De Pil en fosfaatvervangers wordt ondertussen verwaarloosd, terwijl opinies over visserij de toon blijven zetten.

Urker boomkorvisser Jurie Post: ‘Als je sommige mensen moet geloven die zelden op zee komen, vissen wij ieder jaar opnieuw de zee weer leeg’, grapt hij. ‘Moderne vissers werken juist volgens de filosofie van duurzaam gebruik van de natuur, zij leveren mensen waardevol en gezond voedsel, gewoon uit onze eigen Noordzee. De natuur gaat dagelijks door onze handen. Daarom zijn wij ook bezorgd over andere zaken, die het ecosysteem echt kunnen bedreigen. Niet uit zweverigheid. Maar gewoon, omdat ons bestaan afhangt van de gezondheid van de zee. Ik wil mijn bedrijf graag kunnen overdragen aan mijn zoon, zodat hij dit natuurberoep ook mag beoefenen.’

 

 

--------------------------Einde persbericht------------------------

 

 

 

 

Lees meer...
 
Wetenschap Scheten mosselen PDF Afdrukken E-mail

Wetenschappelijk artikel     SWNM :

 

Lachgas (N2O) wordt in het watermilieu in kleine hoeveelheden gevormd als bijproduct tijdens de omzetting van nitraat (NO3-) in moleculaire stikstof (N2).

Dat heet denitrificatie, een algemeen bekend onderdeel van de natuurlijke stikstofcyclus.

Als zodanig ontstaat lachgas overal, maar uiteraard vooral in hoog met nitraat belaste wateren, zoals de Nederlands- Duits en Deense kustwateren.

Dat mosselen hierbij een wezenlijke rol spelen is grote onzin:

denitrificatie treedt overal op, waar in onderdelen van het milieu, zoals de darmen van allerlei organismen, maar vooral in het bodemsediment het zuurstofgehalte beneden een bepaalde grens gedaald is (lager dan 0,3 gram/m3).

In het sediment gebeurt dat in de bovenste laag zand, boven de zich op een tien centimeter diepte bevindende laag, waar na het opraken van de nitraat, bacteriën hun benodigde zuurstof aan sulfaat (SO42-) gaan onttrekken.

 Daar vormt zich dan het naar rotte eieren stinkende zwavelwaterstof (H2S), dat met het zich met het in de bodem aanwezige ijzer verbindt tot het zwartgekleurde ijzersulfide (FeS), in diepere bodemlagen overgaand in het gele pyriet (FeS2).

Spit maar eens een keer in de bodem van de Waddenzee, dan kan je al deze lagen gemakkelijk vinden!

In de darmen van mosselen bevindt zich ongetwijfeld ook zuurstofarm sediment, maar op het grotere geheel stelt de daar plaatsvindende denitrificatie in het grotere geheel natuurlijk helemaal niets voor.

Dat snappen die Duitse en Deense onderzoekers natuurlijk ook heus wel, maar tegenwoordig is koppeling aan een broeikaseffect (en lachgas behoort gelukkig tot de broeikasgassen) een noodzakelijke voorwaarde voor het binnenhalen van meer onderzoekgelden.

Gewoon dus weer een gevalletje van wetenschappelijke prostitutie!

Ik houd het zelf  in deze maar weer bij een gulle lach(gas)!

 

dr. Paul is wetenschappelijk adviseur van SWNM

20 jaar adjunct/plaatsvervangend-directeur RIVO  (1978-1998) en 4 jaar directeur (1998-2002)

Rijks Instituut Voor Visserij Onderzoek RIVO

zijn hoofdvak chemie

 
viswijzer PDF Afdrukken E-mail
Verschil in Frans en Nederlandse Viswijzers
VIS... WIJZER!
SANTPOORT – Bij vergelijking van een Franse VISwijzer en een Nederlandse VISwijzer kwam bioloog Dolf Boddeke tot verrassende ontdekkingen. De Fransen zijn vooral kritisch over importvis, de Nederlandse milieuorganisaties ontraden de consument met name vis van eigen zeebodem! Wat steekt daar achter? Boddeke ging op ontdekkingsreis, en kwam in Vietnam uit.
Alweer een poosje geleden kwam een aantal milieuorganisaties van diverse pluimage met ´viswijzers´. In feite wordt de Nederlandse consument daarin geadviseerd geen verse, wilde (Noord)zeevis meer te kopen. Schol, tong, griet, tarbot, kabeljauw, wijting, rog, zeeduivel en zeewolf staan allemaal op de rode lijst. Verse zeevis wordt in Nederland vanzelfsprekend vooral door Nederlandse kotters aangevoerd. Het verschijnen van deze viswijzers heeft dan ook tot grote beroering en boosheid binnen de sector geleid. Begrijpelijk, want de zeevisaanvoer in Nederland gebeurt binnen regels en bepalingen van Brussel en Den Haag, waaraan wetenschappelijk adviezen ten grondslag liggen. Dus wat matigen deze lekenbroeders zich aan?
Viswijzers zijn geen typisch Nederlands verschijnsel. In Frankrijk bestaan vergelijkbare of zelfs identieke milieuorganisaties als in Nederland en ook daar is een viswijzer. Er is echter een duidelijk verschil tussen de positie van de visserij in Frankrijk en Nederland. De Fransen verorberen gemiddeld 34 kilogram vis, schaal- en schelpdieren per jaar, tegenover Nederlanders slechts 3,4 kilogram. De Franse kustvisser, le pêcheur artisanal, heeft welhaast de status van nationale held en het toerisme langs de Franse westkust, van Duinkerken tot Hendaye, berust voor een belangrijk deel op de mogelijkheid ter plekke te genieten van vers aangevoerde ‘Produits de Mer´.
In een Franse supermarkt neemt verse vis een centrale plaats in, prachtig uitgestald op ijs. En er staat een vakman/vrouw naast de vis om de klant van advies te dienen en desgevraagd de vis panklaar te maken. Voor Franse milieuorganisaties is het dus uitkijken geblazen als het om de visserij gaat.
De Franse viswijzer laat dat duidelijk zien. Het begin is de gebruikelijke misleidende informatie: ´Stop! We eten te veel vis! Ieder jaar worden bijna 90 miljoen ton in de oceanen gevangen, vier maal zoveel als 50 jaar geleden!´ De niet geheel ondeskundige lezer denkt dan: ,,Nou en?´´ Want die 90 miljoen ton wordt al 25 jaar lang gevangen. Als we geen zout leggen op iedere locale slak, zouden we zowaar kunnen spreken van een duurzame exploitatie! En met welke menselijke activiteit is dat het geval?
De toon van de Franse viswijzer verandert echter drastisch als we dichter bij Frankrijk komen. Met de blauwvintonijn blijkt het zorgelijk gesteld. Maar daar vissen de Fransen niet op, ook niet in de Middellandse Zee. De witte tonijn, waar de Fransen wèl op vissen, staat onder de aanraders! Een hele opluchting. Het jaarlijkse Tonijnfestival in St Jean-de-Luz, waar duizenden toeristen ieder jaar een moot gegrilde tonijn komen eten, kan dus rustig doorgaan. Over de kabeljauw in de Atlantische Oceaan worden ernstige woorden gesproken. De kabeljauwpopulatie in Het Kanaal daarentegen blijft geheel buiten beschouwing. Er is niets aan de hand met de kabeljauw in Het Kanaal, maar dat is met andere visbestanden ook niet het geval. Dat ieder restaurant langs de Franse Kanaalkust ´Dos de Cabillaud´ op het menu heeft, zal daarom aan deze zwijgzaamheid wel niet vreemd zijn. Met de zeebaars is het buiten de Franse wateren allemaal niet in orde. Aan de lijn gevangen zeebaars uit de Golf van Gascogne en Het Kanaal (geserveerd in toprestaurants) wordt echter aangeraden. Het eten van tong wordt ontraden, met uitzondering van tong uit de kuststrook tussen Cherbourg en Duinkerken waar men tong ´met mate´ mag eten. Tussen de bedrijven door wordt reclame gemaakt voor diverse supermarktketens.
Gaan we nu terug naar Nederland dan is het advies aan de consument om in feite alle vers aangevoerde zeevis te mijden, ergerniswekkend maar praktisch van weinig betekenis. De doorsnee Nederlander heeft van vis niet het minste benul en kan bijvoorbeeld een kabeljauw niet als zodanig herkennen zoals ik vrijwel wekelijks ervaar..
Deze viswijzers worden daarom pas interessant als milieuactivisten hiermee Nederlandse supermarkten benaderen met het dringende verzoek geen verse zeevis meer te verkopen. Nu houdt geen enkele ondernemer van negatieve publiciteit en nog minder van tegen zijn bedrijf gerichte acties. Maar de gretigheid waarmee supermarktketens voor dit verzoek door de knieën zijn gegaan, en er met eigen viswijzers nog een schep boven op hebben gegooid, doet vermoeden dat ze dit commercieel goed uitkomt. En voor dat vermoeden zijn gegronde redenen. Verse vis is voor een Nederlandse supermarkt een moeilijk artikel. De aanvoer van verschillende vissoorten wisselt gedurende het jaar in kwaliteit en kwantiteit, wilde vis is niet uniform van grootte en, zoals het oude rijmpje van vóór de diepvries laat weten: logees en vis blijven drie dagen fris.
Een Nederlandse supermarkt heeft bovendien, als het om vis gaat, een treurige clientèle. Garnalenpellen, vis fileren of een haring schoonmaken kunnen Nederlanders niet (meer), hoewel dat toch geen heksentoeren zijn. Visrecepten in kranten en tijdschriften beginnen dan ook vaak met: Laat de vis door uw leverancier fileren. En dat is er in een Nederlandse supermarkt niet bij.
Dus zoeken supermarktketens het liever in diepgevroren vis, in het bijzonder Pangasius-soorten geïmporteerd uit Vietnam. Vanuit dit land wordt diepgevroren Pangasius-filet, aangeboden voor 2 euro per kilogram! Dit is natuurlijk een uiterst aantrekkelijke inkoopprijs voor een supermarkt die een mooie winstmarge verzekert. Wie iets van viskweken weet, vraagt zich echter af hoe het mogelijk is om voor een dergelijke prijs gekweekte vis aan te bieden. Dat kan als aan twee voorwaarden wordt voldaan:
1. Dat het voer voor de vis vrijwel niets kost.
Pangasius behoort tot de tropische meervallen die bekend zijn als afvaleters. Overal in de tropen waar dierlijk afval wordt geloosd, bij vismarkten en slachterijen, komen zwermen van deze vissen voor. Zij zijn daarom lang niet altijd gewild bij de lokale bevolking, hoe arm die mensen vaak ook zijn. Voer voor een dergelijke vis is dus goedkoop, zo niet gratis te krijgen. Hier behoeven geen problemen uit te ontstaan. Filet van deze aaseter kan veilig gegeten worden als de nodige hygiënische voorzorgen in acht worden genomen. Dierlijk- en plantaardig afval omzetten in eetbare vis is een goede zaak, zeker in landen waar veel mensen al blij zijn met een kom rijst.
2. Dat personeel van kwekerij en verwerkingsbedrijf vrijwel niets verdient.
In het overbevolkte, straatarme Vietnam is ieder baantje beter dan helemaal niets. Aan deze voorwaarde wordt dan ook meer dan voldaan. Het minimumloon in Vietnam voor nationale bedrijven buiten de steden is per 1 januari 2009 €32,70 per maand! Blijft de inflatie in Vietnam in 2009 gelijk aan die in 2008 (25%), dan is die €32,70 qua koopkracht aan het eind van 2009 €24,53. Men mag zich hierbij afvragen of, zoals gebruikelijk in arme landen (´voor jou tien anderen´), zelfs dit minimale minimumloon in Vietnam meer is dan een wassen neus.
Het zou daarom goed zijn als de stichting Max Havelaar de situatie rond de Pangasius-kweek in Vietnam eens zou doorlichten en kleine kwekers, verenigd in coöperaties, een kans zouden krijgen een menswaardig bestaan op te bouwen. Pangasius-filet met een Max Havelaar label zou in een Nederlandse supermarkt niet misstaan.
Zo lang dat echter niet is gerealiseerd, is het wijzer voor vis de supermarkt te mijden!
 
Natuur mist unieke kans door visserij overboord te gooien PDF Afdrukken E-mail

Natura 2000 zou prachtige kansen bieden kunnen voor visserij én praktische natuurbescherming op Wad en Noordzee. Helaas breekt de overheid met haar huidige werkwijze juist af wat de Europese Commisie voor ogen stond: duurzaam natuurgebruik, dat je aan volgende generaties doorgeeft.

De overheid heeft nu het voornemen om een kwart van alle visgronden op Wad en Noordzee te sluiten. Die afsluiting zou nodig zijn vanwege Natura 2000, het Europese natuurnetwerk. Dé Nederlandse rechtvaardiging achter gebiedssluiting, is bescherming van de hier in sterk wisselende aantallen overwinterende zwarte zee-eend.

Vanzelfsprekend roept dat voornemen de nodige emoties op bij vissers, die hun bestaansgrond verliezen. Die woede heeft echter minder met geld te maken, dan sommige cynici roepen. Kijk naar het bescheiden inkomen dat de meeste vissers hebben. De emotie komt vooral voort, uit het gevoel dat de ecologische waarheid geweld wordt aangedaan.

Het zelfbeeld van vissers, staat namelijk lijnrecht tegenover het negatieve beeld dat de overheid met lobbyclubs neerzet om gebiedssluiting te forceren. Vissers zien zichzelf namelijk als gepassioneerde natuurmensen, in de oude zin van het woord.Zij kennen het leven in en op zee ‘als hun broekzak’ door dagelijkse waarneming.

Op die waarneming baseren zij hun beeld van ecologisch welzijn. Zij weten nog hoe klein de mens zich kan voelen, in een dynamisch milieu als de Noordzee, waar storm en stroming het zeeleven boetseren. Zij hebben naast passie voor de zee, kortom een schat aan praktijkkennis.

 

Vissers kunnen de eigen kennis echter niet academisch verwoorden. En dus liggen zij in de hoek waar nu de klappen vallen. De Nederlandse overheid kiest er namelijk voor, om louter academische bureaukennis te benutten bij het vaststellen van de ecologische toestand van Wad en Noordzee. Terwijl de bureaudeskundigen van adviserende instituten als IMARES en Alterra juist vaak de veldervaring ontberen.

Moderne academische onderzoekers komen dankzij tijd- en geldgebrek namelijk zelden nog op die plaatsen, waar vissers dagelijks zijn: de zee. De toestand van de Noordzee, zowel praktisch als theoretisch is daarom een ecologisch terra incognita. Ecologisch adviseur ICES constateerde dit gebrek aan deugdelijke natuurgegevens al, in haar ecologisch eindadvies in 2008 aan de Duitse overheid voor Natura 2000-gebieden.

Door dit kennisgebrek, is het vaak onmogelijk te bepalen wat voor effect bestaand gebruik als visserij heeft op de ‘gunstige staat van instandhouding’, die Natura 2000 vraagt. Laat staan wat ‘natuurherstel’dan moet betekenen. Is er gezien het snelle herstel van de zeehond, florerende garnalen- en visbestanden bijvoorbeeld echt enkel sprake van kommer en kwel? En waarom kunnen offshore-windparken, Waddengaswinning en grootschalige zandsuppleties wel? De overheid blijft bij deze zinvolle vragen het antwoord schuldig. Zij kan ook niet antwoorden.

Het had anders gekund. Je zou op duurzame wijze een schat van natuurgegevens kunnen verzamelen, door het beste van twee werelden te combineren: de schat aan waarnemingen en praktijkervaring van vissers combineren met de theoretische kennis van academici. Zo zou wetenschappelijk advies ook echt aansluiten op de natuurpraktijk. Door haar huidige bureaucratische benadering van Natura 2000, verspeelt de overheid echter deze unieke kans. En daarbij goodwill voor natuurbescherming bij het gewone publiek in Nederland.

 

Politiek gezien is de keuze voor rigoureuze gebiedssluiting ook niet verdedigbaar, met de verwijzing ‘dat moet van Europa’. De filosofie van de Europese Commissie achter Natura 2000 is duurzaam gebruik. In de woorden van voormalig milieucommissaris Stavros Dimas van de Europese Commissie in 2008: ‘Laat mij de mythe wegnemen, dat wanneer een site is aangewezen als Natura 2000, dit gebied op slot gaat. Natura 2000 is een netwerk van levende landschappen waarin agrarische activiteiten, jacht en visserij kunnen doorgaan.’

Het populistische beeld, dat vissers de zee graag leegvissen is ronduit kwetsend. Voor beoefenaars is dit natuurberoep een vak, verbonden met een ecosysteem dat zij graag in gezondheid doorgeven aan hun kinderen. Vissers uit Wieringen, Urk, Harlingen en vele oude vissersgemeenschappen, voorzien al eeuwenlang dagelijks met liefde de Nederlandse bevolking van natuurvoedsel uit eigen wateren. Een vorm van nuchtere duurzaamheid kortom, die minstens zo belangrijk is als de groene voornemens van vele taskforces en overlegorganen die ons landje rijk is.

Rampzalige verhalen over ‘de lege zee’zijn gebaseerd op landen, waar de term ‘milieubeleid’nog moet worden uitgevonden. Onze vis is vele malen duurzamer, dan goedkope importvis uit landen waar ieder toezicht ontbreekt. Juist in landen met steeds beter management herstellen visbestanden snel. Onze haring, makreel, garnaal, schol en tong zijn daarom zonder schuldgevoel eetbaar. De keuze tégen eigen visserij, is dan ook een keuze vóór consumptie van vis waar álle controle op ecologie ontbreekt.

Voor mensen die hun eigen verantwoorde natuurproduct op de markt willen blijven brengen, is dit cynisme onverteerbaar. En bij het zoeken naar woorden, uiten zij emotie. Wanneer de overheid handelde uit liefde voor natuur, op basis van transparante en deugdelijke wetenschap, zou zij zich niet verder vervreemden van vissers en vele andere natuurgebruikers. Zij zou juist aansluiting zoeken bij de schat aan praktijkkennis om effectief te zijn voor mens en natuur. Die geïntegreerde aanpak is al jaren succesvol in Noorwegen, Canada, de Verenigde Staten en vele beschaafde landen. Het is toch denkbaar dat dit kwartje ook ooit in het Haagse zal vallen.

 

 
fosfaat tekort bij zeehonden PDF Afdrukken E-mail
09-02-2009Meer zieke zeehonden dan ooit
Beste bezoeker!
Vanaf september 2008 zijn er in totaal 134 zieke zeehonden opgenomen. Ter vergelijking: in dezelfde periode vorig jaar werden er "maar" 52 zeehonden met de longworminfectie binnengebracht.  De ziekte is op zich niet nieuw, maar met uitzondering van de virusperiode in 2002 heb ik nog nooit zoveel zieke zeehonden binnen zien komen. In totaal kunnen we eigenlijk slechts 80 zeehonden tegelijk in de crèche opvangen, maar in de drukste periode waren dit er zowat 150! Dit is erg veel, maar de Zeehondencrèche is nooit "vol". Want onze filosofie is dat elk dier in nood geholpen moet worden!
De zieke zeehonden hebben allemaal een longworminfectie, dat zie ik steeds weer terug. Dit is een kinderziekte waar de meeste zeehonden normaal gesproken in hun eerste jaar overheen groeien. Door vervuiling is het immuunsysteem echter dusdanig aangetast dat veel zeehonden nu in de problemen komen. Maar mogelijk zijn er nog meer oorzaken zoals een afname van het aantal kleine vissen in de Noordzee. De wetenschappers van de Zeehondencrèche zijn momenteel druk bezig met onderzoek te doen naar deze vraag. Overigens wordt ook in opvangcentra elders in de wereld een zorgelijke toename van het aantal zieke zeehonden geconstateerd.
Elke zeehond die hulp nodig heeft en hier wordt binnengebracht, wordt door ons geholpen. Daar doen we ons uiterste best voor. Maar dat kost wel geld, en met zoveel zieke zeehonden begint het bedrag stevig op te lopen. Want wist u bijvoorbeeld dat de opvang van één zeehond ongeveer € 5000 kost? We hebben uw hulp dus hard nodig. Helpt u ons mee? Wij krijgen geen subsidie van de overheid en helaas zijn we ook weer afgewezen bij de Postcodeloterij. Wij zijn volledig afhankelijk van donaties en giften, en die zijn keihard nodig - nu meer dan ooit.
Lenie ‘t Hart
 
Meer artikelen...
  • Nader onderzoek nodig naar fosfaattekort zeeen
  • wetenschap te ver door geschoten
  • Oproep kort geding tegen Greenpeace
  • VISwijzer promoot armoede en discrimineert verse vis
<< Start < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 3
Alle rechten voorbehouden | Development & Design by Webtunnel.nl